De Backyard Ultra

“TWEEEE MINUTEEEEN!!!” is alles wat er nodig is om mij midden in de nacht de stuipen op het lijf te jagen en klaarwakker tegen het plafond te hebben. De signalen voordat er een nieuwe ronde begint van een backyard ultra, om nachtmerries van te krijgen. Ik heb er zelf inmiddels vier gelopen, die ik steeds vol ambitie en enthousiasme begon, om me vervolgens na een aantal rondjes af te vragen waarom ik er toch weer ingetrapt ben. Het is een soort haat-liefde verhouding geworden. Ik wil ze niet missen of overslaan, meedoen is eigenlijk helemaal niet leuk en toch denk ik iedere keer weer: nú weet ik hoe het moet en ga ik zoveel verder komen dan de vorige. Maar één ding is zeker, ik heb het spelletje nog lang niet uitgespeeld.

Voor wie het niet kent, een backyard ultra (of last man standing), is een race waarbij ieder uur op het hele uur een rondje van 6,706 kilometer gelopen wordt. Het evenement gaat 24 uur per dag door, er worden geen rondjes overgeslagen of later gestart, en wanneer je binnen het uur terug bent mag je weer opnieuw starten. De tijd tussen twee rondes in is je pauze en daarin mag je doen wat je zelf wil: eten, drinken, slapen, dramatisch in een hoekje liggen huilen, net waar jij behoefte aan hebt.

Een tempo van 6,7 kilometer per uur is niet zo heel erg hard, zeker niet als je het gaat rennen. Een goede vierdaagse wandelaar kan dit soort tempo’s zelfs wandelend prima aan. Maar als je je bedenkt dat je, over een race die dagen lang doorgaat, een gemiddeld tempo van 6,7 kilometer per uur moet blijven volhouden lijkt het ineens een soort van lange sprint, want dat is stiekem echt wel heel erg hard.

Dan komt er nog bij dat de race voor jou bepaald wanneer je moet rennen. Natuurlijk heb je het zelf in de hand of je een snelle of langzame ronde loopt en dus meer of minder pauze over hebt tussen de rondes in. Maar wat je ook doet, op het hele uur móet je in dat startvak staan om in de race te blijven. Waar je tijdens een ‘normale’ ultra (als de cut-off tijd het toelaat) zelf bepaald of je nog even die 5 minuutjes langer blijft zitten, of, nog beter, een uurtje gaat liggen slapen tussendoor, heb je die luxe hier niet.

Iedere minuut die je aan pauze krijgt tussen de rondes in moeten dus optimaal benut worden, en dat klinkt zoveel makkelijker dan het is. Ga je eten en drinken, of neem je dat onderweg mee en gebruik je die tijd om te slapen? En kun je überhaupt zo snel in slaap vallen? Loop je je rondje te hard, is je hartslag te hoog om meteen tot rust te kunnen komen. Loop je te langzaam, heb je niet voldoende tijd over om echt even weg te zijn. En daar komt nog bij dat na een aantal uren onderweg zijn en niet slapen je gezonde verstand vanzelf stuk gaat. Wat moest ik ook alweer doen deze pauze? Doei efficiëntie!

Nu zijn er backyard ultra’s waar je je eigen crew mee mag nemen. Dit zijn mensen die niet meelopen, maar iedere ronde klaarstaan om voor jou te zorgen zodat je zelf alleen nog maar hoeft te rennen. Iedere pauze wordt dan een soort van Formule 1 pitstop idee. Zelf heb ik die ervaring niet, en heb ik er altijd voor gekozen om alles zelf te doen samen met mijn loopmaatjes. Maar wie weet probeer ik het ook ooit nog eens, er is vast een clubje mensen te vinden die het leuk vinden en sadistisch genoeg zijn om mij met een grote glimlach ieder uur weer dat startvak in te trappen.

Of je nu alleen loopt of een crew meeneemt, je kunt in ieder geval altijd rekenen op de support van dat kleine stemmetje in je hoofd. Dat stemmetje dat je gaat vertellen dat je niet urenlang van een checkpoint, verzorgingspost of finish verwijderd bent, maar gewoon ieder uur opnieuw bij dat dekentje en die luie stoel uitkomt. Iedere ronde opnieuw, altijd precies op het moment dat jij je écht lekker comfortabel begint te voelen tussen de rondes in, is er namelijk iemand van de organisatie die begint te gillen of op fluitjes begint te blazen zodat je weet dat je binnen 3 minuten in het startvak moet staan. En elk rondje is het verleidelijker om lekker onder je dekentje te blijven liggen, een dikke middelvinger op te steken en je ogen weer dicht te doen. Tot er gestart wordt en jij er niet bij loopt. Instant spijt dat je het niet toch nog een rondje geprobeerd hebt. Want het is ‘maar’ 6,7 kilometer en het hoeft helemaal niet hard, zo moeilijk is het toch helemaal niet? En je kunt altijd nog één rondje wandelen.

Tot slot, voor als ik je nu nog niet overtuigd heb om deze ellende ook eens te proberen: Samen drama en ellende beleven schept een band en het sfeertje onder de lopers is dan ook écht ontzettend leuk en gezellig. Daarbij kun je altijd veel meer rondjes dan je denkt, en je kunt eens ervaren hoe zo’n ultra eraan toe gaat zonder dat je een meteen een route van tientallen tot honderden kilometers voor je kiezen krijgt. Ik zeg doen!

Terug naar overzicht