De IRONMAN
MANON, YOU ARE AN IRONMAN!!! hoor ik door de speakers terwijl ik schreeuwend en juichend over de rode loper naar de finish ren. Terwijl ik dit schrijf is het twee weken na mijn grote Ironman avontuur en zit ik midden in mijn herstelperiode. Het voelt nog steeds een beetje onwerkelijk, ook wel relaxed en tegelijkertijd fantastisch. Ongeveer 9 maanden lang heb ik hier naartoe getraind en nu het voorbij is doe ik even een aantal weken helemaal niets, tenzij ik er zin of energie voor heb. Dus al die tijd die ik nu ineens over heb gaat naar het terugkijken van foto’s en filmpjes, het oppakken van mijn sociale leven dat ik toch een beetje op pauze gezet heb en uiteraard aan iedereen vertellen hoe fantastisch het was en dat zij dit ook zeker een keer zouden moeten proberen.
Het is donderdagochtend, 3 dagen voor de race, en ik zit samen met mijn vriend en mijn ouders in de auto, op weg naar de Ironman Village. Dit is de plek waar ik mijn startpakket op kan halen. Het evenement tijdens de halve Ironman in Zuid-Frankrijk was indrukwekkend, maar lijkt niets meer voor te stellen als je ziet hoe groot het hier is. Mijn supporters hebben nog geen idee wat hun te wachten staat, maar ik zit al als een klein kind in een speelgoedwinkel te gillen van enthousiasme op de achterbank. En dan hebben we alleen nog maar de auto geparkeerd.
De registratietent waar je je startpakket mag ophalen is in een groot, speciaal voor de Ironman gebouwd stadion, dicht bij de finish. De finishboog staat midden in dat stadion, op een gigantisch podium, omgeven door tribunes waar zeker een kleine duizend man kan zitten. Kippenvel als je bedenkt dat je daar over een paar dagen daadwerkelijk dat podium op mag rennen om te finishen.
Zaterdag, de dag voor de race, is het de dag van de atletenbriefing en de check-in van je transitietassen. Dit zijn de tassen die je in de wisselzones neerlegt met alles wat je nodig hebt voor het volgende onderdeel. De briefing is beschikbaar in zowel Engels als Duits en ik kijk alleen maar mijn ogen uit als ik zie hoeveel mensen er mee gaan racen morgen. De watertemperatuur schijnt 25,5 graden te zijn, heerlijk dus maar dat betekent wel zwemmen zonder wetsuit. Met wetsuit lig je toch net even wat beter in het water en voor een beginnende zwemmer als ik scheelt dat toch zeker een 15-20 minuten op de tijd dat je onderweg bent. Het is niet anders, en het voordeel is weer dat ik niet met het uittrekken van een wetsuit hoef te prutsen tijdens de wissel naar het fietsen.
Zondag is het eindelijk zo ver: RACEDAY!! Om 3:30 in de ochtend ben ik soort-van wakker als de wekker gaat. Alles wat ik mee moet nemen staat klaar, is gelabeld en ik hoef alleen maar te doen wat er op mijn checklist staat. Alles tot in de puntjes voorbereid zodat ik op deze belachelijk vroege ochtend nergens meer over na hoef te denken.
Het is een half uurtje rijden naar de start en om ongeveer 5 uur loop ik het wisselvak in. Hier kan ik nog wat eten en drinken in mijn wisseltassen doen en kan ik mijn fiets klaarmaken voor de race. Ik check de bandenspanning, maak mijn gelletjes vast aan het frame, doe mijn bidons op de fiets en maak mijn schoenen vast aan de pedalen. Ik betrap mezelf erop dat ik al voor ongeveer de 35e keer voel of mijn banden wel echt goed zijn opgepompt, en terwijl ik lach om mezelf voel ik nog één laatste keer en dan ben ik klaar om naar de start te gaan. Verder ben ik bijna niet zenuwachtig.
Mijn supporters staan me op te wachten buiten de wisselzone en samen lopen we naar de start. Hier doe ik nog even snel een warming-up die uit niet veel meer bestaat dan even het water in en een paar meter zwemmen. Op de achtergrond hoor ik het volkslied van Oostenrijk al en de start van de professionele atleten, waar ook de 4-voudig wereldkampioene aanwezig is. Er is muziek, vuurwerk en honderden supporters die staan aan te moedigen. De Ironman Party is van start! Ik prop nog even een gelletje naar binnen en wat te drinken voordat ik mijn startvak in ga. Hier sta ik vervolgens een uur te wachten voor ik bij de startstreep ben, trillend van de nog een beetje koude ochtend maar vooral van de zenuwen. Bij de startstreep hoor je piepjes, en bij de 5e piep ga ik samen met 4 andere atleten het water in.
Ik start graag aan de buitenkant van het veld, om er zeker van te zijn dat ik niet in de chaos van de andere zwemmers terecht kom. De seconde dat ik in het water lig en eenmaal onderweg ben verdwijnt het geluid van de start langzaam naar de achtergrond, wordt het stil en zijn al mijn zenuwen verdwenen. Heerlijk ontspannen zwem ik in mijn eigen bubbel en het is net alsof ik de enige in het water ben. Dit houd ik nog wel even vol.
Voordat ik het in de gaten heb ben ik dan ook al voorbij de helft van de zwemafstand en zwem ik het beroemde Lend Canal in voor de laatste 800m. Bij de briefing werd er verteld dat we dit het allerleukste deel van het zwemmen zouden vinden, met overal supporters langs beide kanten die je aanmoedigen. Ik kan je vertellen, dat was een beetje too-good-to-be-true. Doordat je een badmuts op hebt en je hoofd grotendeels in het water hoor en zie je niets, en het water zat vol met groene slijmerige algen die aan je armen bleven hangen. Ook was het kanaal niet zo heel erg breed waardoor het opnieuw vechten voor je plekje was. Niet echt een groot succes, maar wel leuk voor de supporters, normaal kun je de zwemmers niet van zo dichtbij volgen. Aan het eind van het zwemonderdeel staan er als altijd geweldige vrijwilligers van de organisatie die je uit het water helpen en als een blij ei huppel ik zwaaiend en high-fivend naar de wisselzone. Ik zwom de 3,8 km in 1:38, zonder wetsuit en ik voel me fantastisch. De warming up zit erop!
Het fietsparcours had de vorm van een 8, met twee lusjes van ongeveer 90 km. Het duurt even voor je die 180 km gefietst hebt en om mezelf bezig te houden en het niet al te saai te maken heb ik heerlijk meegefeest met alle muziek en supporters die in ieder dorpje opnieuw langs de kant stonden. Ook is het uitzicht in Oostenrijk prachtig! Daarnaast is het op de fiets het ideale moment om lekker bij te eten en te drinken, moet ik mijn voedingsplan in de gaten houden en als alles mis gaat heb ik heerlijke stroopwafels verstopt onder mijn bidon.
Tussen de 120 en 150 kilometer op het fietsparcours wordt de lucht wat donkerder. Het was best warm, dus ik was blij met een beetje regen. Maar dat beetje regen werd zware regen, wind, hagel en een onweersbui. Na mijn race hoorde ik dat de tribunes bij de finish tijdelijk waren ontruimd vanwege het slechte weer. Ook stopten veel atleten met fietsen om beschutting te zoeken tegen de koude regen. En ik? Ik fietste met een grote glimlach op mijn gezicht en daalde een heuvel af met 50 km/u zonder goed zicht. Het mooie van dit slechte weer was de sfeer onder de atleten. Niemand was nog echt aan het racen, maar bleef bij elkaar als groep om op elkaar te letten en te zorgen dat iedereen veilig bij de wisselzone zou aankomen. Ik vond het geweldig!
Na 6,5 uur fietsen kwam ik terug bij de wisselzone en moest ik van mijn fiets afstappen. Ik had geoefend op een professioneel hupje van mijn fiets af zodat ik niet hoefde te stoppen en dat was na 180 kilometer zitten onmogelijk geworden. Je lichaam is gewend om in een bepaalde houding op die fiets te zitten en vindt het niet fijn als je dat ineens verandert. Dus kreupel als ik ben “spring” ik van mijn fiets en probeer niet in de bosjes te belanden voordat ik mijn fiets wegzet en kan gaan rennen.
Op dit punt in de race heb je al ongeveer 184 kilometer afgelegd en ben je er bijna. Het enige wat nog rest is een “kleine” 42 kilometer hardlopen. Het tempo is het langzaamste dat je ooit hebt gelopen, maar dat maakt niet uit. Gewoon blijven bewegen. In mijn hoofd loop ik geen marathon maar 4 rondes, die allemaal 5 verzorgingsposten bevatten. Ik blijf rennen van post naar post waar ik kan eten en drinken voordat ik verder ga naar de volgende. Het is als een groot buffet (inclusief pizza en bier!) waarbij de tafels net iets verder uit elkaar staan dan normaal.
Ongeveer 20 kilometer voor de finish begin ik toch een beetje moe te worden. Mijn benen en spieren worden stijf en beginnen pijn te doen. Het heeft 210 kilometer geduurd, maar mijn lichaam heeft toch ergens een grens waar het liever gewoon even niets meer doet. Je weet dat deze laatste kilometers de langste van je leven zullen zijn, maar het helpt dat elke atleet op het parcours precies weet hoe je je voelt en iedereen elkaar steunt. Samen vinden we een manier om die finish te halen, DNF is geen optie meer.
Na 13 uur en 50 minuten bereik ik dan eindelijk de laatste kilometers naar de finish. De pijn is helemaal weg, je lichaam zit vol adrenaline en geluk als je de finish ziet. Je komt op de rode loper, omringd door duizenden mensen, muziek en cheerleaders, waar je die IRONMAN medaille krijgt die elk moeilijk moment tijdens de race doet vergeten. Springend van blijdschap dat je het gehaald hebt, probeer je terug te kijken op de race en denk je: Dat was toch helemaal niet zo moeilijk… maar natuurlijk is dat complete onzin.
Een paar dagen feest vieren later begint het te beseffen dat je echt een IRONMAN bent, en vraag je jezelf af: Wat nu?? Ja, er is een lange bucketlist met races die ik graag zou willen doen, maar er is nog geen plan. Vooral deze eerste maand zal een maand zijn van alleen doen wat goed voelt. Mijn lichaam heeft wat tijd nodig om te herstellen en dat duurt een paar weken. Dat betekent niet dat ik helemaal niets doe, maar het zal niet veel zijn. En vanaf augustus kan ik langzaam weer gaan trainen richting de marathon in Berlijn, die gepland staat voor eind september. Dat is “maar” 42 kilometer hardlopen, appeltje-eitje dus!



