De Marathon des Sables
Dat ik niet vies ben van een uitdaging en daarbij altijd de grenzen van mijn eigen kunnen wil opzoeken is inmiddels wel bij veel mensen bekend. Thuis zijn ze er inmiddels ook wel aan gewend dat ik steeds gekkere dingen ga doen en dit is er wel eentje die al heel lang op de bucketlist stond. Een jaar of 10 geleden zag ik al filmpjes van deze race op social media, en destijds was het vooral leuk om het er met anderen over te hebben, want echt haalbaar leek het toen nog niet. Maar in April 2024 stond ik dan eindelijk aan de start van mijn grootste avontuur ooit: De Marathon des Sables!
Voor wie de De Marathon des Sables niet kent: het is een meerdaagse, volledig self-supporting, voetrace door de Sahara met in 2024 een totale lengte van 252 km. Het evenement duurt in totaal 11 dagen, waarvan de race 7 dagen duurt en verdeeld is in 6 etappes. Self-supporting betekend dat je de hele week al je spullen zelf meedraagt in een rugzak en dat je, buiten water en een open tent, niets krijgt van de organisatie. Je bent wat dat betreft dus volledig op jezelf aangewezen.
De voorbereiding hiervoor was dan ook iets uitgebreider dan een normale ultra race, en dan niet zozeer in de trainingen die ik gedaan heb, maar vooral in het voorbereiden op de extreme omstandigheden. Trainen in de koude winter, voor een race in de droge hitte, op zand dat nog veel fijner is dan het strandzand zoals wij dat kennen, met een zware rugzak op je schouders waar je toch een hele week mee rondsjouwt.
Van te voren ben ik dan ook bij Papendal geweest, voor een training in de klimaatkamer op standje woestijn wat me, geheel onverwacht, toch is meegevallen! Gelukkig maar. Daarnaast was het ook verplicht om een inspanningstest te doen en een ECG te maken bij rust en maximale inspanning. Want bij zo’n extreme uitdaging zijn er geen shortcuts als het gaat om veiligheid en gezondheid.
Qua rugzak is het eigenlijk voornamelijk een kwestie van heel veel keuzes maken. Je hebt een verplichte lijst aan spullen die je mee moet nemen, daarbij komt het eten en drinken voor de hele week waar je zeker niet op wilt bezuinigen. Al het andere is pure luxe, waarbij alles op de keukenweegschaal gaat en de vraag wordt gesteld: “Heb ik dit écht nodig?”. Om een mooi voorbeeld te noemen: als je een week niet doucht, hoeveel gaat een flesje deo dan nog voor je doen? Of wc-papier in de vorm van multifunctionele zakdoekjes, 27 gram per pakje voor de geïnteresseerden, hoeveel heb je nodig?
Na al deze, in de voorbereiding idioot lijkende overwegingen, is het dan eindelijk zover. Op 8 april stapte ik in Amsterdam, samen met 2 mede MdS’ers, op het vliegtuig naar Marrakesh. Na 2 dagen acclimatiseren hadden we een 4 uur lange busreis voor de boeg naar Ouarzazate, van waaruit we opnieuw 2 dagen later naar de Sahara zouden vertrekken. Een dag voor vertrek zijn we nog een half uurtje gaan hardlopen, om alvast de warmte te voelen en de beentjes te checken. De warmte viel heel erg mee en mijn benen voelden zich topfit na ruim een week taperen, dus dat beloofde veel goeds!
Op 12 april begon het avontuur echt, en na 6 uur lang in een bus eindigde het asfalt en reden we over een zandweggetje naar het bivouac. Het bivouac is ontzettend groot: buiten de bijna 900 deelnemers slapen hier nog een kleine 500 vrijwilligers, de organisatie en de berbers die het kamp opbouwen. Ook is er een medische tent, een informatie tent, ruimte voor de pers en als verassing voor ons tentjes waar je dagelijks een videoboodschap naar huis kon sturen. De eerste dag bestond dan ook vooral uit wegwijs worden en kennis maken met mijn tentgenoten.
De tenten waarin je slaapt zijn open en mijn matje was superlicht maar dus ook niet al te dik. De eerste nacht heb ik dan ook niet goed geslapen en was het heel erg wennen. Dag twee was er gelukkig nog niet veel anders te doen dan wachten voor de technische en medische checks. Hiervoor wordt je tent voor tent opgeroepen en dan mag je langs allerlei stations waar je onder andere je koffers inlevert, je verplichte items en voeding worden gecheckt en je medische papieren en ECG worden gecontroleerd. Als alles in orde is krijg je uiteindelijk je tracker en je startnummer mee. Ook hadden we een heel mooi ‘all-inclusive-vakantie-polsbandje’ gekregen, die goed was voor een hele week slechte grappen over de locatie van het zwembad en de cocktailbar.
Na 2 dagen met vooral niets doen en heel veel wachten (er is in het tentenkamp namelijk écht helemaal niets te doen) mochten we eindelijk van start! Iedere race dag ziet er ongeveer hetzelfde uit. De wekker gaat 2 uur voor de start, wat betekent dat je tussen 4 en 5 uur ‘s ochtends je bed uit mag. Daarbij sliep ik niet meer dan zo’n 4-5 uurtjes per nacht, wat niet al te veel is als je ook nog eens 6 marathons mag rennen in een week tijd.
Na het ontbijt pak je je rugzak in en een half uur voor de start wordt je verwacht bij de briefing, waar je informatie krijgt over de etappe en een laatste tip van het medische team. Vervolgens is er de warming-up op het nummer “Born to be alive”, wat iedere dag opnieuw een lach op mijn gezicht toverde, hoe moe of slecht ik me ook voelde. Na deze warming-up werd het beroemde “Highway to hell” gedraaid wat het startsein was van iedere etappe.
De eerste etappe bestond uit 31,1 km en werd door de organisatie de “warming-up” genoemd. Inclusief water had ik 11,5 kilo op mijn rug en ondanks dat de zon zich tijdens de start pas net liet zien, was het stiekem toch al best wel warm. Desalniettemin liep ik heerlijk! Ik was netjes voor lunchtijd terug in het kamp, waardoor ik het warmst van de dag had weten te ontwijken.
Na een etappe krijg je 5 liter water mee en ga je terug naar je tent, waar je eet en drinkt voor je herstel en de rest van de dag hebt om je eventuele blaren te verzorgen en uit te rusten tot het avondeten, waarna je meteen naar bed toe gaat. Ik was steeds als een van de eersten terug in mijn tent, dus het is iedere dag ook weer spannend of al je tentmaatjes het gehaald hebben en op tijd terug zijn. Deze mensen zijn je enige steun en toeverlaat tijdens de race en je hebt elkaar ook echt nodig! Zeker op de moeilijke momenten tijdens die week is het heel fijn om iemand om je heen te hebben die begrijpt hoe je je voelt.
Het viel ook meteen op dat het niveau van lopers in het kamp heel erg hoog was, het was duidelijk dat hier alleen de echte bikkels met een gigantische bak aan ervaring op af komen. Dag 1 was dan ook een makkie voor de meesten. Ik maakte me zelfs een beetje zorgen of het niet te makkelijk zou worden deze week.
Alsof de Sahara gedachten kon lezen werd dat op dag 2 dan ook meteen afgestraft. 40,8 kilometer stond er op het programma, wat begon met 8-10 kilometer heel fijn los zand, vals plat omhoog met aan het einde de eerste jebel (een berg in de Sahara, die hebben ze genoeg en zijn heel erg gaaf, om naar te kijken dan). Er werd die dag 44 graden gemeten, waarbij je door grote open vlakten liep, zonder schaduw of frisse wind en een zon die dwars door je heen brandde. Als kers op de taart kon ik bij het laatste checkpoint het bivouac al zien liggen, en tussen ons in was er een 8 km lang pad dat alleen maar rechtdoor liep naar een finishboog die niet dichterbij kwam.
Het was een grote mindfuck (niet de laatste overigens die week) en hier begon ik me ook te realiseren wat rennen in de Sahara echt betekent. Als je hier een uurtje even niet goed voor jezelf zorgt of niet de juiste mindset hebt is de kans groot dat je de volgende ochtend op een busje naar huis staat te wachten.
Voor het eerst in mijn leven was ik dan ook best wel een beetje zenuwachtig voor de lange etappe van 85 kilometer, waarvan ik in de voorbereiding nog lichtelijk teleurgesteld was dat hij niet langer was. Ik ben deze samen met mijn tentmaatje Justine gaan wandelen en waar ik de eerste dagen nog helemaal in race modus zat was dit er een waarvan ik wist dat als ik hier te hard ging ik het niet ging redden tot het einde van de week.
Het was 45+ graden, we liepen uren door de open vlakte op het heetst van de dag en de hoogtemeters en het fijne zand bleven ons uiteraard niet bespaard en hielden maar niet op. Maar de route was daarentegen de mooiste van de week, met de beroemde Jebel El Otfal, een aantal kilometer over een bergkam met geweldig uitzicht en in de nacht de mooiste sterrenhemel die je ooit gezien hebt. We zijn dan ook een aantal keer gestopt om even goed om ons heen te kijken en te bedenken hoe bijzonder het is dat we hier mochten lopen. Na 25 uur zijn we uiteindelijk gefinisht en hadden we de rest van de dag rust, die we ook echt nodig hadden na zo’n monsterlijke etappe!
Als je denkt dat je alles gehad hebt, was etappe 4 de eerste van die week waar de organisatie ons waarschuwde voor de warmte (blijkbaar was 45+ graden nog niet genoeg….). Zonder een idee wat ik daarvan moest verwachten wilde ik in ieder geval zoveel mogelijk kilometers maken in de vroege ochtend. De kilometers leken deze dag voorbij te vliegen en heb dan ook echt kunnen genieten van deze etappe en was niet al te laat binnen zodat ik het warmst van de dag kon relaxen in de tent.
Onze een na laatste nacht in het kamp begon het ’s nachts harder te waaien. Waar het volgens mij nog niet eens officieel als zandstorm aan te merken was, werden we wakker met een half ingezakte tent en werd ik wakker onder een deken van zand. Echt goed en veel slapen was er niet bij geweest en ik stond een beetje gebroken aan de start van de 31,4 km die ons die dag te wachten stond. De route was vrij vlak, met een hoop zand duinen in de 2e helft, waar ik ook echt begon te merken dat er weinig energie over was.
Ook de laatste nacht wilde de wind ons niet met rust laten, dus waar het avontuur van mij 2 dagen geleden nog wel langer had mogen duren was ik er nu helemaal klaar voor om naar huis te gaan. De laatste etappe was kort, precies een halve marathon. Iedereen zat in dezelfde mindset en we gingen als een gek van start. Na een kilometer of 5 kwam het besef dat ook een halve marathon nog best een eind was na zo’n week, dus mijn benen vonden het niet erg om wat rustiger aan te doen.
Waar we de hele week tot 10 kilometer voor het einde van een etappe de finish al konden zien liggen, was die echte laatste finish tot de laatste paar honderd meter niet te zien. Ik liep al kilometers lang af te tellen, hopend dat op dat volgende heuveltje het einde in zicht was, en gelukkig zag ik dan ook eindelijk die finishboog, tussen de palmbomen. Mijn Nederlandse vlag mocht omhoog en daar was dan ook die welverdiende medaille waar ik al de hele week naar uit keek!
Na de finish mochten we meteen de bus in en met een kleine stop halverwege stonden we na 6 uur rijden ineens weer in de bewoonde wereld. Met een warme douche, een echt bed zonder zand en een ijskoud biertje aan het zwembad. Ik heb na mijn avontuur de luxe gehad om nog 6 weken te mogen genieten van een lange vakantie en de eerste weken heb ik ook echt nodig gehad om alles te verwerken. Het avontuur duurt maar een week maar het is zo intens en je maakt zoveel mee dat zelfs deze blog maar een kleine samenvatting is. Een boek hierover is dan ook in de maak en zal ergens in 2026 uitkomen.




.jpg/picture-200?_=19a5ee10ac5)