De Marathon van Berlijn
Berlijn: 42 kilometer, 195 meter en iets meer dan 46.000 lopers die allemaal dromen van een persoonlijk wereldrecord op de snelste marathon ter wereld. Je kunt veel zeggen over de Duitsers, maar ze weten wel hoe je een 42 kilometer lang feest moet organiseren. Het werd niet mijn snelste marathon, maar wel veruit mijn beste.
Een marathon lopen, net als elke andere lange race, is niet alleen die paar uur die je op het parcours doorbrengt. Mijn marathon begint de week ervoor. Ik zorg dat ik me goed voorbereid, goed eet en drink en vooral genoeg slaap om zo fit mogelijk aan de start te staan.
Deze week was een beetje anders. Mijn week begon met de begrafenis van een collega die pas 40 jaar oud was. Het is hartverscheurend als je in een zaal staat vol mensen, waar een klein meisje sterk genoeg is om iedereen te vertellen dat ze geen papa meer heeft. Op zo’n moment ga je alles wat je hebt in het leven waarderen en beseffen wat echt belangrijk is. En ik kan je vertellen, een snelle marathon lopen hoort daar niet bij.
Dit was niet het enige dat mijn voorbereiding niet ideaal maakte. Op vrijdagavond moest ik nog het raceschema opzoeken, de dag voor de marathon zat ik de hele dag in de auto naar Berlijn, en toen ik aankwam bleek dat ik niet eens warme kleding had meegenomen voor voor en na de race. Aan de positieve kant: ik had mijn hardloopschoenen bij me en uiteindelijk is dat alles wat je nodig hebt.
Op de ochtend van de race gingen we naar de ontbijtruimte in het hotel en zonder om me heen te kijken was ik gefocust op maar één ding: wit brood, jam en koffie. Dit werkt voor mij voor een race en dat wilde ik eten. Ik merkte dat ik zenuwachtig werd en niet echt honger had, maar je kunt niet op een lege maag lopen, dus ik propte mezelf vol en we gingen op weg.
De start van de marathon was ongeveer een half uur van het hotel met de metro en omdat het nog vroeg was op zondag zag je alleen maar lopers onderweg naar het startgebied. Dan beginnen de zenuwen echt te komen en tegelijkertiid ook het enthousiasme dat er eindelijk gelopen mag worden.
Toen ik me inschreef voor deze marathon was het plan om zo snel mogelijk te lopen. Een paar weken geleden had ik dat doel veranderd in: de beste marathon lopen die ik ooit had gelopen. Het klinkt hetzelfde, maar voor mij is dat totaal anders. Een marathon is een lange race, waarin je je tempo goed moet doseren om genoeg kracht en energie te hebben voor de 42 kilometer. Je moet ook onderweg eten en drinken, anders haal je het gewoon niet. En deze twee dingen moesten vandaag perfect gaan, ongeacht de eindtijd.
Bij mijn eerste marathon in New York in 2013, onervaren als ik was, dacht ik dat ik genoeg had aan één gel en wat sportdrank. Bij 25 kilometer begon ik me duizelig en licht in mijn hoofd te voelen en maakte ik kennis met wat ze “de man met de hamer” noemen. Ik kan je vertellen, die man is niet zo aardig en het lijkt wel alsof hij je blijft achtervolgen met als doel je niet te laten finishen. Ik haalde de finish uiteindelijk in mijn snelste tijd tot nu toe, maar de laatste 15 kilometer was ik een half-strompelende zombie.
Het jaar daarna liep ik in Amsterdam, waar ik niet zo fit was als ik wilde. De weersomstandigheden waren zwaar en ik was te gefocust op snel lopen. Ik ging te hard in de eerste helft van de marathon en rond 30 kilometer had ik zoveel pijn dat ik door een hel moest om überhaupt te finishen.
Vandaag zou het anders gaan, met focus op mijn hartslag om te zorgen dat ik niet te snel van start ging. Dat is moeilijker dan je denkt, want je bent enthousiast, vol adrenaline en het laatste wat goed voelt is langzaam gaan terwijl alle andere deelnemers je net zo enthousiast als een raket voorbij lopen. Ik had ook een goed voedingsplan: bij elke verzorgingspost elke 2-2,5 kilometer een beker water drinken en elke 45-50 minuten een gel nemen.
En dat plan werkte. Bij 32 kilometer liep ik nog steeds een goed tempo en het belangrijkste: ik had een grote glimlach op mijn gezicht. Zo hoort het te zijn op dat punt. Pas bij kilometer 36 begonnen mijn spieren wat pijnlijk te worden, maar het viel mee en ik kon door. Uiteindelijk is het nog steeds een marathon en een beetje pijn hoort erbij. Dat duurt maar even, want als je het bordje van 40 kilometer passeert krijg je dat magische moment waarop je de finish bijna kunt ruiken en het voelt alsof je net begonnen bent.
Ik finishte in 4 uur en 2 minuten. Precies twee keer zo lang als de winnaar, die het wereldrecord op twee seconden na miste. Niet mijn snelste tijd, maar veruit mijn beste marathon, waarbij ik zelfs een beetje teleurgesteld was dat het al voorbij was. Nog een ronde zat er natuurlijk niet in, maar ik had het wel gewild.
Na de finish was het tijd om te vieren, en zoals gezegd: de Duitsers weten hoe je een marathonfeest organiseert. Er waren gratis (alcoholvrije) biertjes en een grote zak eten voor elke finisher. En natuurlijk weer een grote medaille als herinnering aan deze geweldige race.
.jpg/picture-200?_=19a5ed9cf3d)