Did Not Finish

In de zomer van 2018, toen ik nog helemaal in het wereldje van de obstakelruns zat, kreeg ik een appje van een vriendinnetje: "We gaan met een groepje van de survivalvereniging naar Zwitserland voor de Eiger Trail en jij houdt ook wel van een sportreisje toch? Ga je mee?" Ik hoefde hier geen seconde over na te denken en heb me laten inschrijven. Op een vrijdagochtend ben ik toen in de auto gestapt, naar Grindelwald gereden, zaterdag een trail van 16 kilometer door de Zwitserse Alpen gelopen en op zondag was ik weer op weg naar huis. Dat was mijn eerste echte trailervaring en ik vond het fantastisch! Ook liep er iemand in de groep de 101 kilometer en ik riep meteen: Dit wil ik ook!

Ik had destijds nog niet veel ervaring met de lange afstand, op een enkele marathon na, maar een 100 kilometer was wel even wat anders. Ook had ik het jaar daarna al bedacht dat ik eerst eens een IRONMAN ging doen dus deze 100 kilometer uitdaging moest even op zich laten  wachten. Maar in de zomer van 2022 zou het dan eindelijk gebeuren. Precies een jaar nadat ik overspannen thuis had gezeten was ik eindelijk weer helemaal topfit, had ik er ook mijn eerste 100 kilometer op zitten (die zo vlak was als een biljartlaken) dus ik was wel klaar voor "iets meer uitdaging".

Om even een realistisch beeld te geven van deze race: Het is een trail van 101 kilometer lang, in de Zwitserse Alpen, met in totaal 6700 hoogtemeters. Er zijn een behoorlijk aantal verzorgingsposten onderweg, dus dat is gunstig. De omgeving is prachtig, maar de paadjes ontzettend technisch. Het hoogste punt van de race is op een kilometer of 35 en ligt op 2640 meter hoogte. Na die hoogte daal je weer helemaal af naar het dal (op ongeveer 1000 meter hoogte), om vervolgens de 2e helft van de race nog eens zo'n traject te lopen. De start is op zaterdagochtend om 04:00 uur en je hebt 25 uur de tijd, dus op zondagochtend 05:00 moet je weer terug zijn. 

Mijn beeld was ietsje minder realistisch. Ik kreeg vanuit huis al de waarschuwing dat ik geen enkele bergervaring had, dat het daar echt wel even wat anders zou zijn dan een gemiddelde heuvel hier in Nederland en dat ik misschien toch nog heel even moest nadenken over het feit of dit wel de race voor mij was. Zeker omdat ik ook dingen op hoogte nog steeds best wel een beetje spannend vind (lees: doodsbang ben). Nu had ik mijn hoogtevrees al eerder overwonnen, maar laten we eerlijk zijn, ik zal nooit met een grote glimlach uit een vliegtuig springen. En om dan in de bergen op ruim 2600 meter hoogte langs een afgrond te lopen op een smal bospaadje is niet echt mijn ding. Mijn motto: Ik deal hier wel mee als ik daar ben, want dan heb ik geen keus en komt het vanzelf wel goed. En die hoogtemeters? Ja, dat zal best wel een beetje pittig worden, maar ik heb wel een beetje doorzettingsvermogen, ik ben niet vies van een beetje afzien onderweg en ook als dat wat langer duurt dan normaal vind ik dat alleen maar stoer.

Ik had me natuurlijk wel goed voorbereid op deze race. Netjes trainen in Zuid-Limburg, want daar hebben ze ook "bergen". Daarnaast ben ik op de woensdag voor de race (op zaterdag) al richting Zwitserland vertrokken, zodat ik een paar dagen voor de race al even naar boven kon met zo'n prachtige gondel, volledig van glas voor het uitzicht, waar ik ook absoluut niet in durf. Eenmaal boven was het uitzicht prachtig en de foto's die ik daar maakte konden zo uit een tijdschrift komen. Gelukkig kon je ook met een treintje naar beneden, dus die ellende werd me bespaard. 

Op raceday ben ik om 02:00 uur opgestaan, heb ik ontbeten bij de organisatie en om 04:00 uur stond ik met mijn stokken en een tas bomvol eten en drinken klaar bij de start. En wat denk je? Drie minuten te gaan en mijn horloge stopt ermee. Niks meer mee te beginnen. In paniek pak ik mijn telefoon erbij om op te zoeken hoe ik dat ding kan resetten en wonder boven wonder is deze gereanimeerd wanneer het tijd is om te vertrekken. Alsof dat een voorteken was voor de rest van de race...

De eerste berg die we omhoog mochten was lang en zwaar, maar na 2,5 uur bergop lopen zag ik op de top de zon opkomen vanachter de bergen. Een van de mooiste plaatjes die ik ooit gezien had. Die was alvast in de pocket. Vervolgens mochten we weer een heel eind naar beneden dalen, zo steil dat mijn benen me amper bij konden houden. Eenmaal beneden mochten we 2x rechts en jawel hoor, het hele eind weer terug naar boven om vervolgens 30 meter verder dan waar we naar beneden liepen weer uit te komen. Daar mochten we over een ijzeren brug lopen, die tegen de wand van de berg zat. Voor de meeste mensen een prachtig uitzicht moment, voor mij hel op aarde. De dagen ervoor was ik hier ook geweest, durfde ik er niet op en maakte ik mezelf wijs "dat dat toch niet in de race zou zitten". Opgeven was geen optie dus zonder naar beneden te kijken ben ik zo snel mogelijk over dat ding naar de verzorgingspost aan de andere kant gelopen, weer iets overwonnen! 

Een aantal kilometers later door de meest mooie omgeving kwam dan die klim naar het hoogste punt. Waar ik dacht dat 4 kilometer per uur niet zo hard was, liep ik hier niet harder dan 2. De zon scheen volop, het was 30+ graden en de berg was killing. Niet alleen voor mij, maar ook voor alle lopers om me heen, dus dat gaf weer hoop. Ik hield mijn horloge in de gaten en iedere 15-20 minuten stopte ik even om op adem te komen, mijn hartslag omlaag te brengen en te eten en te drinken en dat leek een goede strategie want na een hele poos klimmen kwam ik redelijk goed aan bij de post op die berg en had ik nog 1,5 uur speling op de cut-off tijd. 

En toen kwam de daling. Ik kwam er meteen al achter dat een "relaxed glooiende daling van 17 kilometer" in Zwitserland een hele andere definitie heeft dan bij ons, of in ieder geval bij mij. Door de hitte, de zwaarte van de race en alles wat ik al had overwonnen was ik al best een beetje moe en al lang niet scherp meer. Als je dan mag afdalen over steile, rotsachtige paadjes en dat ook nog een beetje spannend vind, is de snelheid er al snel uit. De snelle lopers van de korte afstand liepen me ook constant voorbij over de smalle paadjes. Dat was niet fijn, en ik begon me er mateloos aan te ergeren. Ik voelde me een bejaarde die stapvoets van die berg af probeerde te komen. En op 45 kilometer, veel eerder dan verwacht, was het klaar. Ik was mentaal zo gebroken dat ik huilend naar huis heb gebeld dat ik het allemaal niet meer zag zitten. Gelukkig weet mijn vriend heel goed wat ik nodig heb op zo'n moment en met de opmerking dat hij hoopte dat ik genoeg gezond verstand had om halverwege te stoppen ging ik door. Ik moest en zou op zijn minst halverwege komen en daar op tijd zijn. Daar kon ik me dan eventueel om laten schrijven naar de 50 km afstand. 

Dat halverwege op tijd zijn heeft me ontzettend veel moeite gekost, maar ik heb het gehaald. Met 3 minuten op de klok voor de cut-off tijd liep ik de verzorgingspost binnen. Geen tijd voor, zoals ik gepland had, een lekker bordje pasta, een schoenenwissel of het bijvullen van mijn tas. Ik had ook een gigantische blaar op mijn voet die verzorging nodig had en ook daar was geen tijd meer voor. Als ik door had willen gaan, had ik gelijk weer moeten vertrekken en de nacht in, nog een berg over en nog meer moeilijke paadjes. En dat was simpelweg niet meer verantwoord en helemaal niet slim om te doen, een finish ging het niet meer worden en dit was officieel mijn eerste DNF ooit. 

Bij opgeven op dat punt heb je twee keuzes: opgeven of omschrijven naar de 50 kilometer. Voor mij waren ze allebei even teleurstellend, maar ik weigerde om de makkelijke optie te kiezen en met de trein terug te gaan naar het start/finish terrein. Nadat ik zeker een half uur volledig leeg voor me uit had zitten staren, heb ik mezelf bij elkaar geveegd en was ik zo boos op mezelf en zo teleurgesteld dat ik me als straf die 7 kilometer terug heb laten lopen naar Grindelwald. Eenmaal daar aangekomen werd er nog voor me gejuigd, want mensen dachten dat ik een van de 101 finishers was. Uit dankbaarheid voor hun aanmoediging heb ik toen maar net gedaan alsof ik ook blij was.

Soms lopen races niet zoals je wilt. En zeker als je denkt dat je je goed hebt voorbereid, alles wilt geven en het lukt dan niet, is dat extra pijnlijk en daar kun je best nog wel even last van hebben. Maar als ik een paar maanden later terug kijk, mag ik best wel trots zijn op hoe ver ik gekomen ben die dag. De dag na de race kwam ik andere lopers uit Nederland tegen die net als ik halverwege hadden moeten opgeven. "Is toch net even anders dan Zuid-Limburg heh" was onze conclusie en daar hebben we gelukkig nog even goed om kunnen lachen. 

Ik weet niet wat het is met deze race. Ik vind alles aan de bergen spannend, ik houd niet van hoogte, ik houd niet van technische paadjes en moeilijke steile afdalingen. Het is een race die eigenlijk totaal niet bij me past, maar toch wil ik hier terug. Misschien is het wel omdat ik hier ooit mijn eerste trail liep, omdat ik hier toch stiekem een beetje verliefd werd op de bergen (spannend of niet, het is er zó mooi) of gewoon omdat ik er niet zo goed tegen kan dat het "maar" 100 kilometer was en ik het niet gehaald heb. Ik kom nog een keer terug, en dan ga ik in ieder geval op zijn minst verder komen dan de helft. Met hopelijk ook een finish! 


Terug naar overzicht