Obstacle Running
Bijna iedereen heeft kent het inmiddels wel: de sport genaamd obstacle running. Rennen door het bos, kruipen door de modder en dingen beklimmen, om uiteindelijk compleet uitgeput en onder de blauwe plekken bij die finish uit te komen. In 2017 kwalificeerde ik me voor het Europees Kampioenschap in Frankfurt en het Wereldkampioenschap in Toronto. Ik merkte al snel dat veel mensen bij zo’n kwalificatie het beeld hadden dat ik als een echte rambo over dat parcours heen ging. Daar moest ik altijd wel om lachen, want zo goed was ik nu ook weer niet. Ik kon goed rennen, dat wel, en op dat vlak kon ik in wedstrijden vooraan mee. Ook in de modder had ik makkelijk de prijs voor meest blije ei kunnen krijgen als die er was. Maar klimmen? Dat is niet echt mijn ding en mijn ontzettende hoogtevrees helpt daar al helemaal niet bij.
Ik zal mijn allereerste obstacle run dan ook nooit vergeten. Koppig als ik ben, schreef ik me in voor het wedstrijdvak. Ik was een vrij goede hardloper dus ik zou iedereen wel even laten zien hoe snel ik was. Gewoon een beetje krachttraining erbij, hoe moeilijk kunnen die obstakels nou zijn…? Little did I know. Halverwege het 19 kilometer lange parcours kwam ik bij een obstakel genaamd de monkey climb. Een touw over een vijver waar je onder hangt en naar de overkant klimt. De touwen hingen wel erg hoog boven het water en het water was vies en groen. Ik stond al een tijdje op en neer te ijsberen om te bepalen welk touw het laagst hing, want ik wilde niet an zo hoog naar beneden moeten vallen, en heel veel vertrouwen dat ik zomaar de overkant zou halen had ik nu ook weer niet. De afstand naar de overkant was zeker 25 meter en voordat ik überhaupt probeerde onder een van de touwen te hangen, waren er al zes mensen klaar met klimmen. Dus daar ging ik, dapper als ik niet was. Gewoon blijven klimmen en niet naar beneden kijken, bleef ik mezelf vertellen. Wat als minstens een half uur voelde later dacht ik dat ik wel bijna aan de overkant moest zijn, dus ik keek vooruit… en ik was pas twee meter opgeschoten. Mijn spieren deden pijn en ik ging die overkant nooit halen. Vallen leek de enige optie, maar je raad het al, mevrouw ik-zal-ze-wel-even-laten-zien-hoe-goed-ik-ben was te bang om los te laten. Na een tijdje hangen en heel veel moed bij elkaar sprokkelen besloot ik los te laten, schreeuwde zo hard als ik kon en zwom naar de overkant. En nee, dit was niet het enige obstakel dat op deze manier verliep. Misschien had ik toch iets meer oefening nodig.
In 2016 had ik al aardig wat runs gedaan en de sport werd wat volwassener. De allereerste Europese Kampioenschappen werden georganiseerd in Nijmegen. Ik was een van de toeschouwers en fanatiek als ik wordt bij dat soort dingen riep ik gelijk dat ik volgend jaar ook aan de start wilde staan. Ik wist dat er veel werk aan de winkel was en stap één was het overwinnen van mijn hoogtevrees. Ik begon te googelen en kwam erachter dat slechts een of twee sessies met een mental coach je hierbij konden helpen. Dit klonk bijna te makkelijk, maar ik moest iets proberen. Ik belde een van de mental coaches die ik had gevonden en vertelde mijn verhaal. Hij begon te lachen en zei: twee sessies? Ik krijg je in twee uur van je angst af! Dus ongeveer drie weken voor mijn volgende race had ik mijn afspraak gemaakt. Deze mental coach werkte met hypnose, wat een heel bijzondere ervaring was.
Drie weken na deze sessie reed ik naar een race in Frankfurt. Deze race bevatte mijn grootste nachtmerrie van een obstakel: The Fjord Drop. Een glijbaan van 15 meter hoog, en steil genoeg dat het eerste stuk als een vrije val voelde, voordat je gelanceerd werd en in het water terechtkwam. De hele race lang liep ik moed te verzamelen en na een kilometer of 15 stond hij daar. Met trillende benen liep ik de trap op. Bovenaan stond een meisje die vrijwilliger was, ze zag hoe bang ik was en ging me helpen. Ze is nog steeds mijn held van die dag. Ik ging zitten, ze gaf me een knuffel en wachtte tot ik me een beetje comfortabel voelde (wat natuurlijk nooit ging gebeuren). Ik keek naar beneden en de hoogte maakte me eigenlijk verassend genoeg niet meer zoveel uit, maar de glijbaan was nog steeds doodeng. Dit is een obstakel dat normale mensen in ongeveer 30 seconden doen, en minuten later zat ik er nog steeds, huilend, omdat ik te bang was om naar beneden te glijden maar ook niet wilde opgeven. Net toen ik besloot dat dit niet de dag was om mijn angst te overwinnen, hoorde ik twee teamgenootjes van beneden roepen: Kom op Manon! Je kunt het! Ik keek naar het meisje achter me en zei: Laat maar, duw me maar gewoon. Ik gleed naar beneden, heel Duitsland bij elkaar schreeuwend, en kwam huilend en trillend uit het water. Ik had het gedaan! Het heeft daarna drie dagen geduurd voor ik echt besefte wat ik zojuist overwonnen had.
Stap één richting mijn doel was gezet. Nu was het tijd voor echte training en oefenen met alle andere obstakels. Ik nam een personal trainer waar ik één keer per week mee trainde, en die voor de rest van de week een schema voor me maakte. Ik trainde tussen de 9 en 12 uur per week, verdeeld over 6 dagen. Zaterdag of zondag was mijn rustdag en die dag deed ik helemaal niets. Die personal training sessies veranderden me van een hardloper in een kleine hulk in no time. Een training bestond uit oefeningen met een slee vol gewichten die ik vooruit moest trekken en ik ging door tot ik letterlijk niet meer op mijn benen kon staan. Deze sessies waren gebaseerd op korte intervallen met een lange pauze ertussen om een maximum aan melkzuur in je spieren op te bouwen. Als dat gebeurde, gingen we nog net iets verder. Het idee hierachter is dat je lichaam leert hiermee om te gaan en het melkzuur als energiebron gaat gebruiken in plaats van dat het tegen je werkt. Dit was niet makkelijk en na mijn eerste sessie van slechts een uur lag ik buiten op een bankje, misselijk en overgevend. Ik weet nog dat mijn trainer me de volgende dag een toch een beetje bezorgd berichtje stuurde om te checken hoe het ging, en ik antwoordde: Ja hoor, voel me prima, kan niet wachten tot volgende week! Na een paar weken was ik onverwoestbaar. Wel mocht ik deze sessies maar één keer per week doen om blessures te voorkomen, en mijn trainer hield mijn slaap en hoe ik me voelde goed in de gaten om te zorgen dat ik niet overtrainde.
De eerste wedstrijd van het seizoen kwam eraan en toen had ik geluk. Ze hadden straffen geïntroduceerd bij een selectie van obstakels. Dat betekende dat een aantal obstakels verplicht waren om te halen en je een oneindig aantal pogingen had. Andere obstakels waren niet verplicht, je kreeg één kans en bij falen moest je een straf uitvoeren. Die straffen bestonden uit 10-30 burpees, gewichten dragen of iets anders dat zwaarder en langer duurde dan het obstakel zelf. Grappig genoeg werkte dit in mijn voordeel. Ik was nog steeds een goede hardloper dus na een straf haalde ik de verloren tijd gewoon weer in door sneller te rennen. Deze eerste wedstrijd was bedoeld als test, maar ik werd vijfde vrouw en kwalificeerde me voor het EK én het WK. Superblij als ik was, er was nog veel werk te doen.
Ongeveer drie maanden later deed ik mee aan het EK. Slechts een paar obstakels waren straf-obstakels, maar de meeste waren verplicht en behoorlijk zwaar en technisch. Ondertussen was ik ook bij een survivalclub gaan trainen om mijn techniek te verbeteren en had zeker geholpen. Ik startte in de Elite-categorie, een kleine groep van slechts 20 meiden. Het looptempo lag lager dan ik gewend was dus het was makkelijk bij te houden. Maar mijn klimtechniek was niet zo goed als die van de anderen en daar verloor ik veel tijd. Ik denk dat ik zelfs 15 minuten over één obstakel heb gedaan voordat ik het haalde. The Fjord Drop zat ook in het parcours en was natuurlijk verplicht. Ik kreeg geen tijd om na te denken toen ik ging zitten, ik werd meteen geduwd. De foto zegt genoeg en ik moet nog steeds lachen als ik hem zie. Aan het eind van de race had ik alle obstakels gehaald behalve de laatste. Ik vocht tot mijn spieren zo pijnlijk waren dat ik niet meer kon vasthouden. Ik was compleet uitgeput en met tranen in mijn ogen kwam ik over de finish, lang na de snelste atleten, maar het was mijn beste race tot nu toe.
Het WK was een heel ander verhaal. De wedstrijd was verspreid over een heel weekend. Ik deed mee aan de individuele lange afstand van 15 kilometer en 50 obstakels. En de dag erna deed ik mee aan een teamwedstrijd samen met twee geweldige meiden. De individuele race was een slijtageslag, waarbij we vijf keer een skipiste op moesten rennen en alle obstakels verplicht waren. Ik haalde er een paar waarvan ik nooit had gedacht dat ik ze kon. Na vijf uur racen waren de laatste vijf technische obstakels te veel die dag. Ik moest realistisch zijn en opgeven, net als een groep andere meiden met mij. We bleven elkaar steunen tot de finish en maakten er een race van om nooit te vergeten.
De dag erna had ik overal spierpijn en kon ik nauwelijks bewegen zonder pijn. Maar dit was de dag van de teamrace. Een team bestaat uit drie mensen: één doet het loopgedeelte, één een paar zware krachtobstakels en ik deed het technische deel. Ironisch genoeg bestond dat technische deel precies uit de obstakels die ik de dag ervoor niet had gehaald. Tijd voor revanche! Uiteindelijk kwam ik met bloedende handen over de finish, maar het was me wel gelukt!
Ik ben nooit een echte prof geweest in deze sport, maar ik denk dat ik aan mezelf heb bewezen dat je met hard werken en nooit opgeven een heel eind kunt komen. Zelfs nu zijn er obstakels die ik nooit heb gehaald of waar ik te bang voor ben om te proberen. Maar dat is oké, ik heb mijn hoogtevrees overwonnen en mijn grootste nachtmerrie onder ogen gezien, iets om trots op te zijn!


